Wederom, zomertijd in Ginnum, in het mooie – van binnen witte – kerkje. Daar waar stilte van nature aanwezig is en buiten de zwaluwen rondvliegen en de vlinders fladderen. Het is  groen hier rond het 11e eeuwse terpkerkje in Friesland.
Op mijn programma stond één ding centraal: verdiepen in de Keltische wijze waarin geloven, kunst en natuur onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.
Het boek met de titel “Earth, the original Monestery”  van Christine Valders – Painter is mijn lesboek. Gevonden voorwerpen, een dood dagpauwoogje en een verongelukte boerenzwaluw. ik heb ze getekend en mijn hart al tekenend laten spreken.

Schilderen met Wad modder 
Vorig jaar was ik er al mee begonnen,  een bak met modder van het wad, meegenomen naar de kerk en daar mee geëxperimenteerd op stevig papier Je ruikt het wad, zoutig, zurig, bruingrijs en groengrijs, zwart. 

Het andere is het tekenen van uitgebeitelde graven, door middel van frottage techniek. Er is één grafsteen in de kerk, waarvan de opschriften zijn weggebeiteld, vermoedelijk door vetes tussen rijke families. Deze weggebeitelde graven intrigeren. Ik heb ze opnieuw getekend, op fragiel rijstpapier. De in steen gebeitelde onverzoenlijkheid lichter gemaakt. Het voelt goed.

Daarnaast de oude runensteen uit de vroeg christelijk periode, gevonden in  Anloo, getekend in dezelfde frottage techniek, wederom op rijstpapier.
Hierin is vanuit het kruis een levensboom zichtbaar, omringt door plantaardige motieven, het voelt als een hoopgevend teken die verder reikt dan de dood.